Anale Intraepitheliale Neoplasie (AIN) screening

Sinds patiënten met HIV behandeld worden met antivirale middelen (HAART of cART) is HIV voor veel mensen veranderd in een chronische goed behandelbare ziekte, waardoor de patiënt gemiddeld ouder wordt maar ook nieuwe aandoeningen tot uiting kunnen komen.

Een van de opvallendste daarvan is anuskanker. Vooral bij HIV-positieve mannen met homoseksuele contacten (MSM) komt anuskanker steeds vaker voor, maar ook HIV-positieve vrouwen lopen een verhoogd risico. Ook patiënten met een chronische anorectale aandoeningen (bijv. een fistel, condylomata accuminata, proctitis) lopen een verhoogd risico.

De afwijkingen in het weefsel worden over het algemeen veroorzaakt door het Humaan Papilloma Virus (HPV): een seksueel overdraagbaar virus. Infectie met bepaalde HPV typen kan veranderingen in het weefsel veroorzaken op de overgang van de anus naar het anale kanaal. Deze veranderingen worden Anale Intraepitheliale Neoplasie (AIN) genoemd. Dit wordt gezien als een voorstadium van anuskanker.

Waarom een AIN screening?

Algemeen wordt verondersteld dat screening op en behandeling van AIN, het ontstaan van anuskanker kan voorkomen. De behandeling van AIN is afhankelijk van het stadium, waarbij cijfers de ernst van de afwijking aangeven. Om de kans op vroege ontdekking te vergroten, krijgen MSM hiv-patiënten een uitnodiging voor het AIN-spreekuur op de polikliniek Dermatologie van het Flevoziekenhuis.

Wat houdt een AIN screening in?

Met de AIN screening screenen we op voorstadia van anuskanker. Dit wordt gedaan met behulp van High Resolution Anoscopie (HRA), een combinatie van proctoscopie en colposcopie, waarbij met een camera die zeer gedetailleerde beelden maakt van de slijmvliezen van het rectum, het anale kanaal en de peri-anale regio geïnspecteerd worden. Hierbij kunnen afwijkingen geconstateerd worden. Van deze afwijkingen worden tijdens het onderzoek biopten genomen, die door de patholoog anatoom beoordeeld worden. De uitslag hiervan wordt gegradeerd in: geen afwijking, AIN 1, AIN 2 en AIN 3, respectievelijk mild, matige of ernstige dysplasie.

Als er geen afwijking te vinden is, wordt iemand na twee jaar opnieuw gescreend. Bij AIN 1 wordt iemand na een jaar weer opgeroepen om te kijken of er progressie plaatsvindt naar AIN 2 of 3 of dat het immuunsysteem zelf de AIN 1 heeft opgeruimd. Constateert de patholoog een AIN 2 of 3 dan wordt de patiënt behandeld.

Behandeling na AIN screening

De standaardbehandeling is op dit moment elektrocoagulatie, waarbij de afwijkingen lokaal worden weggebrand. Alternatieve behandelingen zijn of Inquimod of Fluorouracil of trichloorazijnzuur (lokaal aan te brengen zalven/vloeistof).
Algemeen wordt verondersteld dat screening op en behandeling van AIN het ontstaan van anuscarcinoom kan voorkomen.

AIN spreekuur in het Flevoziekenhuis

Enkele centra in Nederland bieden de mogelijkheid om te screenen op AIN. Per 1 mei 2015 is het in het Flevoziekenhuis ook mogelijk te screenen op AIN. Patiënten worden hiervoor benaderd tijdens het spreekuur van de internist die de hiv-infectie behandeld.

Het spreekuur voor screening op AIN vindt plaats op de polikliniek Dermatologie en wordt uitgevoerd door de dermatoloog  dr. J.E. Zeegelaar.

Klik hier voor meer informatie over het hiv behandelcentrum