Hoewel hiv meer en meer een chronische infectie wordt in plaats van een dodelijke ziekte, heeft een hiv-besmetting ingrijpende medische, psychische en sociale gevolgen voor de patiënt. Een goede behandelwijze en begeleiding is daarom van het grootste belang.

Het Flevoziekenhuis heeft de complete zorg rond patiënten met een hiv-besmetting ondergebracht in het hiv behandelcentrum Flevoziekenhuis. Patiënten hebben daarmee één aanspreekpunt voor al hun vragen. De zorg is efficiënt georganiseerd en er is aandacht voor de medische, psychische en sociale aspecten van de ziekte. De polikliniek is meteen een hiv-subcentrum en werkt nauw samen met het hiv-team in het OLVG in Amsterdam. Kennis over de beste behandelwijzen is daarom volop aanwezig.

Hieronder leest u meer over hiv, de behandeling en relevante informatie.

Polikliniek bezoek

Bij uw eerste bezoek aan het hiv-behandelcentrum krijgt u een intake gesprek met de verpleegkundig specialist. Tijdens dit gesprek brengt zij uw medische en persoonlijke situatie in kaart en bespreekt zij met u welke onderzoeken nodig zijn. Ook maakt zij in overleg met u een eerste afspraak met uw internist/infectioloog. Die bespreekt met u onderzoek uitslagen en de behandelmogelijkheden.  
De verpleegkundig specialist is uw contactpersoon en eerste aanspreekpunt binnen het hiv behandelcentrum. U kunt bij uw haar terecht voor begeleiding en persoonlijke ondersteuning en uiteraard voor al uw vragen rondom hiv.

Controle bezoek

Gemiddeld komt u 2 tot 3 keer per jaar voor een controle bezoek naar het ziekenhuis. Twee weken voorafgaand aan dit bezoek laat u bloed prikken voor onderzoek. De uitslag hiervan wordt dan tijdens uw bezoek besproken. Ook komen uw algemene gezondheid, eventuele klachten en medicatiegebruik tijdens dit bezoek aan de orde.
Het controle bezoek kan afwisselend bij de dokter of de verpleegkundig specialist zijn.

Vragen over hiv?

U kunt met al uw vragen rondom hiv bij uw verpleegkundig specialist en internist  terecht. Bijvoorbeeld vragen over:
  • uw persoonlijke klachten, het risico van besmetting, algemene en persoonlijke hygiëne en veilig vrijen.
  • de hiv-infectie: het omgaan met deze infectie, behandeling en de gevolgen van hiv, medicatie en problemen rondom “ziek-zijn”.

Het HIV behandelteam:

hiv team
Het HIV-team van het Flevoziekenhuis (v.l.n.r.): verpleegkundig specialist Tine Duijf
internist-infectioloog dr. J. Branger en internist-infectioloog R. Douma.

Hoe kunt u ons bereiken?

Bij acute problemen tijdens kantooruren, of om een afspraak te maken of verplaatsen met uw dokter of de verpleegkundig specialist kunt u contact opnemen met de polikliniek Interne geneeskunde, telefoonnummer: 036 - 868 87 17.

Bij acute problemen buiten kantoortijd, kunt u contact opnemen met:
  • de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer 036 - 868 88 11
  • het algemene telefoonnummer van het Flevoziekenhuis, telefoonnummer 036 - 868 87 65
Er is altijd een dienstdoende arts Interne Geneeskunde aanwezig. Zo nodig kan deze arts overleggen met de achterwacht infectieziekten.

Hiv, de behandeling en relevante informatie

Wat is hiv?

Hiv is een infectieziekte (hiv is de afkorting voor human immunodeficiency virus). Hiv is een virus dat het immuunsysteem (het afweersysteem tegen ziekteverwekkers) verzwakt. De afweer is dan niet meer in staat om bepaalde ziekteverwekkers goed te bestrijden. Hierdoor lopen mensen met een hiv-infectie een groter risico om bepaalde infecties te krijgen. Veel van deze infecties geven bij gezonde mensen vrijwel geen ziekteverschijnselen. Mensen met een verminderde afweer door hiv kunnen er echter ernstig ziek van worden. Als je hiv-positief bent, betekent dat niet meteen dat je ook AIDS hebt. Hiv is een ernstige maar goed behandelbare infectie.

Hoe wordt hiv overgedragen?

HIV wordt voornamelijk overgedragen door seksueel contact maar ook via intraveneus drugsgebruik (het rechtstreeks inspuiten van drugs in de bloedbaan), bloed-bloed contact of van moeder op kind.

Hoe wordt overdracht van hiv voorkomen?

Gebruik bij seksueel contact een goed passend condoom. Hiermee wordt overdracht van hiv voorkomen. Mocht het condoom stuk gaan en u of uw partner (mogelijk) risico op hiv overdracht lopen, dan is het belangrijk om zo snel mogelijk medische hulp te zoeken bij de GGD of de Spoedeisende hulp (SEH) van het Flevoziekenhuis. Hier zal een risico inventarisatie gedaan worden en beslist worden of u een behandeling met  Post Expositie Profylaxe (PEP) nodig heeft.

Gebruikt u intraveneus drugs maak dan gebruik van de spuit omruil via Amethist verslavingszorg. Dit kan tijdens de openingstijden van de huiskamer gebruikersruimte aan de Schrijverstraat 3 te Almere.

De overdracht van moeder op kind wordt vrijwel geheel voorkomen door de moeder in een vroeg stadium van de zwangerschap te behandelen met hiv-remmers. Hierdoor daalt het aantal virusdeeltjes in het bloed van de moeder zo sterk, dat besmetting van het kind bijna niet meer voorkomt.

Hoe wordt hiv behandeld?

Hiv wordt behandeld met hiv-remmers. Door een combinatie van deze medicijnen wordt het hiv-virus onderdrukt. Hiervoor moeten één of twee keer daags op een vast tijdstip pillen worden ingenomen. Hierdoor kan het afweersysteem zich herstellen. Een juiste inname van hiv-remmers is noodzakelijk om resistentie van het virus tegen de medicijnen te voorkomen.
Op dit moment is er nog geen genezing van de hiv-infectie mogelijk. Dat houdt in dat een patiënt zijn/haar hele leven medicijnen tegen de hiv-infectie zal moeten innemen.

Leven met hiv?

Bij een goede onderdrukking van het virus kan het afweersysteem zich herstellen. Hiv is nu een chronische infectie geworden en vergelijkbaar met andere chronische ziekten zoals hoge bloeddruk.

AIDS

AIDS (acquired immunodeficiency syndrome) of het verworven immunodeficiëntiesyndroom is het laatste stadium van een hiv-infectie. Het afweersysteem is dan zo ernstig aangetast dat zelfs weinig agressieve ziektekiemen kunnen leiden tot levensbedreigende infecties, zoals bepaalde vormen van longontsteking, darminfecties of kanker. Tegenwoordig hoef je geen aids meer te krijgen. Door tijdig te starten met hiv-remmers kan je  een lang en kwaliteitsvol leven leiden, zonder ziekteverschijnselen.

Afweersysteem

Om het lichaam van een persoon te beschermen tegen ziektes beschikt het lichaam over het afweersysteem, ook wel immuunsysteem genoemd. Dit systeem zorgt er dag en nacht voor dat ziekteverwekkers die het lichaam binnendringen vernietigd worden. Het afweersysteem beschikt over verschillende soorten witte bloedcellen. Een daarvan is de CD4-cel, ook wel T4-helpercel genoemd. Deze speelt een centrale rol in het afweersysteem.

CD4-cel

Als HIV het lichaam binnendringt, gebruikt het de CD4-cellen om zich te vermenigvuldigen. Geïnfecteerde CD4-cellen gaan kapot of werken niet goed meer. Dit heeft invloed op de werking van het afweersysteem. De CD4-waarde (het aantal CD4-cellen per kubieke millimeter bloed) geeft een idee over hoe het met het afweersysteem is gesteld. Een gezond persoon zonder hiv heeft 500 tot 1.500 CD4-cellen per kubieke millimeter bloed. De afbraak van CD4 cellen door hiv is een langzaam proces. Het kan enkele jaren duren voordat het aantal CD4 cellen zo laag is dat er sprake is van AIDS.

Viral load

De virale load is een maatstaf voor de hoeveelheid hiv in het bloed. Het wordt uitgedrukt in aantal virus kopieën/deeltjes? per milliliter bloed.

hiv-remmers

Een hiv-remmer is een medicijn dat vermenigvuldiging  van hiv-virus in het lichaam tegengaat en indamt. Om zich te vermenigvuldigen moet HIV meerdere stappen zetten. Het moet eerst een CD4-cel zien binnen te komen. Daarna zorgt het er in verschillende stappen voor dat de cel nieuwe hiv-virussen aanmaakt. Die nieuwe virussen kunnen vervolgens andere cellen infecteren. Dan begint het hele proces opnieuw. Dit proces van meerdere stappen wordt ook wel de replicatiecyclus genoemd. Elke hiv-remmer verhindert één van deze stappen. Het gevolg is dat de cyclus niet afgemaakt kan worden. De aanmaak van nieuw virus wordt aldus geremd. hiv-remmers zijn onder te verdelen in verschillende klassen. Elke klasse grijpt op een ander punt in de replicatiecyclus aan.

Om het virus een leven lang te onderdrukken, moet er een combinatietherapie van minimaal drie verschillende hiv-remmers gebruikt worden. Via een bloedonderzoek wordt vooraf vastgesteld of er medicijnen zijn waar uw virus resistent tegen is. Zo kan worden vastgesteld of er hiv-remmers zijn die bij u niet werken. Welke hiv-remmers geschikt voor u zijn, hangt voor een deel af van medische factoren, waarover uw arts u zal informeren. Daarnaast hangt het af van uw persoonlijke wensen en leefwijze.

Bijwerkingen

Veel mensen die hiv-remmers gebruiken hebben geen of amper last van bijwerkingen. Laat u dus niet onnodig afschrikken door informatie in de bijsluiter of een negatieve ervaring die u op internet leest of van iemand met hiv hoort. Bij veel hiv-remmers is er maar één bijwerking die in de praktijk vaak voorkomt. Bij de ene hiv-remmer is dat een heel andere bijwerking dan bij het andere middel. Vaak neemt die bijwerking na een aantal weken af of verdwijnt zelfs volledig. Mocht een bijwerking niet overgaan en voor u niet acceptabel zijn dan wordt er geswitcht van medicatie. Ook bij bijwerkingen geldt dat iedere persoon anders is en u pas achteraf weet of u een bijwerking krijgt of niet.

Braken en diarree

Als u moet overgeven nadat u uw hiv-remmers hebt ingenomen zijn een paar zaken belangrijk:
  • Of u de medicijnen hebt ingenomen terwijl uw maag leeg was, of nadat u hebt gegeten.
  • Hoeveel tijd er zat tussen het innemen van de medicijnen en het braken.
  • Of u in het braaksel restanten van de medicijnen hebt gezien.
U kunt het onderstaande doen:

Als u de medicijnen op een lege maag hebt ingenomen:
  • Braken binnen 1 uur na inname: medicijnen opnieuw innemen.
  • Braken langer dan 1 uur na inname: medicijnen niet opnieuw innemen.
  • Braaksel met restanten van medicijnen: medicijnen altijd opnieuw innemen.
 Als u de medicijnen bij het eten hebt ingenomen:
  • Braken binnen 3 uur na inname: medicijnen opnieuw innemen.
  • Braken langer dan 3 uur na inname: medicijnen niet opnieuw innemen.
  • Braaksel met restanten van medicijnen: medicijnen altijd opnieuw innemen.
Diarree
Als u diarree heeft kan dit een bijwerking zijn van de hiv-remmers, die verdwijnt dan doorgaans binnen een paar weken na het begin van de behandeling.
Acute diarree ontstaat meestal door een darminfectie. U heeft waterige ontlasting, moet veelvuldig naar het toilet, krijgt last van winderigheid en buikkramp en voelt zich slap. Acute diarree gaat, meestal na een dag of twee, vanzelf over, soms duurt het langer. Acute diarree kan geen kwaad, tenzij u koorts heeft of veel vocht verliest en ook overgeeft. Als iemand te veel vocht verliest, kan het lichaam uitdrogen. In dat geval is een glucose-zoutoplossing (ORS) de beste behandeling. Wanneer de diarree erg lastig is, bijvoorbeeld bij bus- of vliegreizen, kunt u die tijdelijk proberen te stoppen met loperamide.
Neem bij diarree met koorts of diarree die langer duurt dan drie dagen contact op met uw hiv-verpleegkundige.

Wisselwerkingen

Hiv-remmers en andere middelen kunnen elkaars werking beïnvloeden. Andere middelen kunnen andere medicijnen op recept zijn, maar ook medicijnen die u zonder recept kunt krijgen (via drogist of apotheek), alternatieve middelen (zoals sint-janskruid), (recreatieve) drugs (zoals xtc) of sommige voedingssupplementen. Als u andere medicijnen, (recreatieve) drugs of alternatieve middelen gebruikt, is het dan ook belangrijk dat uw internist of hiv-verpleegkundig dit weet.

Therapietrouw

Als het u de medicijnen op de juiste tijd en op de juiste wijze inneemt blijven de medicijnen uw leven lang werken. Dit betekent in de praktijk:
  • U neemt uw medicijnen dagelijks in en houdt rekening met de maximale tijdspeling die u mag aanhouden. Dat kan weleens lastig zijn, bijvoorbeeld als u uit uw normale ritme bent (op reis bijvoorbeeld) of als het zo’n routine is geworden dat u er niet meer bij stilstaat.
  • U houdt zich aan het eetvoorschrift, als dit van toepassing is. Bij sommige hiv-remmers mag u juist wel of juist niet eten. Soms is dat omdat de medicijnen dan beter opgenomen worden. Soms is het om bijwerkingen tegen te gaan.

Vergeten of te laat innemen

Als het een enkele keer gebeurt dat u uw medicijnen vergeet of veel te laat inneemt, kan dat meestal geen kwaad. U hoeft dus niet in paniek te raken. Als u erachter komt dat u uw medicijnen bent vergeten, neem ze dan meteen alsnog in. Op uw volgende “pillentijd” neemt u gewoon weer uw medicijnen in. U kunt contact opnemen met uw hiv-verpleegkundige als u hierover vragen heeft. Als men eenmaal met hiv-remmers begint, is het niet verstandig om te stoppen zonder dat hier vooraf met de internist over is gesproken/overlegd. Als men zomaar stopt met hiv-remmers of als men ze niet allemaal slikt, kan het zijn dat de medicijnen in de toekomst niet goed meer werken.

Resistentie

Als u uw medicijnen regelmatig vergeet of veel te laat inneemt, is de kans groot dat ze op een gegeven moment niet meer werken. Uw virus kan dan resistent worden tegen uw hiv-remmers. Dan werken vaak ook andere hiv-remmers uit eenzelfde groep niet meer.

Anale Intraepitheliale Neoplasie (AIN) screening

Sinds patiënten met hiv behandeld worden met antivirale middelen (HAART of cART) is hiv voor veel mensen veranderd in een chronische goed behandelbare ziekte, waardoor de patiënt gemiddeld ouder wordt maar ook nieuwe aandoeningen tot uiting kunnen komen. Een van de opvallendste daarvan is anuskanker. Om de kans op vroege ontdekking te vergroten, krijgen MSM hiv-patiënten een uitnodiging voor het AIN-spreekuur op de polikliniek Dermatologie van het Flevoziekenhuis.
Lees meer over de AIN screening.

Prikaccident

Bij een prik-, bijt-, spat- of snijaccident komt bloed (of een andere lichaamsvloeistof) van de ene persoon via een scherp voorwerp, bijvoorbeeld een injectienaald of scalpel, in het lichaam van een ander. Bij een spataccident betreft het bloed dat op slijmvliezen of niet-intacte huid terechtkomt. Bij een bijtaccident ten slotte komt bloed op mondslijmvlies of speeksel in een open wond. Via prik-, bijt-, snij- en spataccidenten kunnen hepatitis B-virus (HBV), hepatitis C-virus (HCV) en Humaan Immunodeficiëntie Virus (hiv) worden overgedragen. In het vervolg worden prik-, bijt- snij- en spataccidenten samengevat als prikaccidenten.

Of een prikaccident tot infectie van het slachtoffer kan leiden is afhankelijk van:
  • De aard van het accident: Is er daadwerkelijk bloed of een andere lichaamsvloeistof overgedragen, en zo ja, hoeveel?
  • De serostatus van de bron: Bevat het bloed of de lichaamsvloeistof virusdeeltjes?
  • Is het slachtoffer reeds beschermd door vaccinatie of doorgemaakte infectie?
Prikaccidenten komen met name voor tijdens de medische beroepsuitoefening in het ziekenhuis, maar daarnaast ook in de extramurale en openbare gezondheidszorg en publieke ruimten. Afhankelijk van de omstandigheden wendt het slachtoffer zich tot de bedrijfsarts, de spoedeisende hulp, de huisarts of de GGD en kan zo nodig doorverwijzing plaats vinden naar de dienstdoende internist van het Flevoziekenhuis.

Seksaccident

Een seksaccident is een recente seksuele blootstelling aan lichaamsvloeistoffen waarbij er risico is op overdracht van hiv, HBV en HCV en mogelijk ook andere infecties (SOA).  Het betreft oraal, vaginaal en anaal seksueel verkeer, zowel receptief als insertief bij zowel vrouwen als mannen.
Een seksaccident kan op veel verschillende manieren plaatsvinden. Te denken valt aan een verkrachting, een gescheurd condoom of een eenmalig onveilig seksueel contact. Als seksaccident geldt ook een onveilig seksueel contact met een recent bekend geworden hiv-positieve persoon, zelfs als hiermee tevoren een jarenlange seksuele relatie bestond. Bij een seksaccident wordt onder meer beoordeeld of post-expositieprofylaxe (PEP) voor hiv of hepatitis B geïndiceerd is om infectie te voorkomen.
Na een seksaccident is het vooral van belang een snelle inschatting te maken van het risico op hepatitis B- en hiv- besmetting,  bij voorkeur binnen 2 uur. Dan zijn postexpositiemaatregelen het meest effectief.  (Voor hepatitis B is de termijn maximaal 7 dagen, voor HIV maximaal  72 uur.) Op de overige infecties kan op een later tijdstip gescreend worden.

Bij een seksaccident kunt u contact opnemen met de GGD Flevoland, telefoonnummer 0320-276211
De GGD-arts maakt een risico inschatting en verwijst u zo nodig naar de SEH van het Flevoziekenhuis.

Meer informatie