De internist stelt diagnoses, stelt een behandeling in en voorkomt het ontstaan of verergeren van ziektes (preventie). De internist opereert niet, maar voert wel zelf weefsel- en orgaanpuncties en inwendige kijkonderzoeken (endoscopie) uit.

  • Diagnose
    Goed praten en luisteren zijn voor een diagnose heel belangrijk, net als een compleet of gericht lichamelijk onderzoek. Hiermee vormt de internist zich al een beeld. Hij of zij maakt een lijst van de mogelijke onderliggende kwalen (“differentiaal diagnose”). Vervolgens beschikt de internist over een groot arsenaal aan onderzoeksmogelijkheden: van eenvoudig tot zeer ingewikkeld laboratoriumonderzoek, vele vormen van beeldvormend onderzoek, inwendige onderzoeken en functietesten. Met alle gegevens op een rij probeert de internist uiteindelijk een definitieve diagnose te stellen.
  • Behandeling
    Zoals gezegd opereert een internist niet. Wel beschikt hij over een uitgebreid arsenaal aan behandelingen: medicijnen, infusen, hormonen, vitamines of mineralen.
  • Preventie
    De internist richt zich ook vaak op het voorkomen van schade (primaire preventie) of stelt alles in het werk om te voorkomen dat ziekten verergeren of opnieuw optreden. Dit kan met medicijnen, maar ook met voorlichting en adviezen over leefstijl, voeding en risico-omstandigheden (zoals operaties of reizen).

De internist werkt niet alleen

Veel andere specialisten voeren onderzoeken of behandelingen uit op verzoek van de internist. Ook wordt vaak gezamenlijk met andere specialisten een combinatie van behandelingen vertrekt. Bijvoorbeeld tijdens de behandeling van kanker, waarbij voorafgaand of na een operatie uitgevoerd door de chirurg, een behandeling met chemotherapie en/of hormonen door de internist wordt gegeven.

Omdat de internist een breed vakgebied heeft, bewaart hij vaak het overzicht over complexe behandeltrajecten en voert dan de regie. Ook wordt de internist vaak door andere specialisten gevraagd om mee te denken en orde te scheppen bij ingewikkelde ziektebeelden en problemen.
Tenslotte zijn veel internisten betrokken bij wetenschappelijk onderzoek naar de achtergronden en gevolgen van ziekten en therapieën. Veel internisten leveren ook hun bijdrage aan de opleiding van basisartsen die internist willen worden.

Opleidingen

Sinds 2003 mag de vakgroep interne geneeskunde onder leiding van de opleider in het Flevoziekenhuis dr. S.H.A. Peters artsen opleiden tot internist. Dat de vakgroep dat mag doen is een bevestiging van de kennis en kwaliteit bij de specialisten. Om te mogen opleiden moet immers aan strenge overheidseisen worden voldaan.

Voorts moet de specialist zelf goed op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen, om arts-assistenten goed te kunnen begeleiden. Zodoende zorgt de opleiding er mede voor dat onze kennis actueel blijft. Andersom brengen de artsen in opleiding hun eigen kennis mee. Tenslotte zijn als vanzelfsprekend de contacten met de academische ziekenhuizen intensief.

Voor de patiënten betekent het wel dat het mogelijk is dat zij door meerdere artsen worden gezien. Uiteraard vinden alle medische beslissingen en handelingen  plaats onder de eindverantwoordelijkheid en supervisie van de internisten.