Op de polikliniek Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (MKA) voeren we diverse behandelingen uit aan de tand(en). Het betreft met name:
Hieronder vindt u meer informatie over deze aandoeningen en behandelingen.

Verwijderen (verstands)kies of wortelrest
Het verwijderen van een tand of kies kan om meerdere redenen nodig zijn. Samen met u en de verwijzer, meestal uw tandarts, kijkt de kaakchirurg naar de reden voor verwijdering van uw tand of kies. Hij beoordeelt de mogelijkheden voor het behouden van de tand of kies en geeft aan welke ingreep precies nodig is. Redenen voor verwijderen van uw tand of kies kunnen bijvoorbeeld zijn:
  • cariës, het hebben van een gat in tand / kies dat de tandarts niet meer kan herstellen;
  • ligging, het niet goed kunnen doorbreken van een tand in de mondholte waardoor pijnklachten of doorbraakstoornissen optreden;
  • parodontitis, een weefselziekte rond een tand / kies. Dit tast het bot rond de tanden aan waardoor tanden los komen te staan.
  • aanwezigheid van extra tanden die andere tanden hinderen. Extra tanden hebben vaak een afwijkende vorm en daarmee geen functie;
  • breuk van een tand / kies;
  • orthodontie;
Voorbereiding: medicatie en risico’s
Voor de ingreep bespreken we eerst uw medische voorgeschiedenis. Hierbij speelt uw medicatiegebruik een belangrijke rol. In het kader van veilige zorg <link naar www.flevoziekenhuis.nl/veiligheid> vragen wij dan ook om bij ieder bezoek aan het Flevoziekenhuis een overzicht van uw medicijnen mee te nemen. Daarnaast leggen we in het kort uit wat de ingreep inhoudt en welke risico’s eraan verbonden zijn.

Behandeling
De ingreep begint met een plaatselijke verdoving. Dit doen we met een dunne flexibele naald in de buurt van de tand of kies die verwijderd wordt. Het hangt af van de plaats en positie van  de te verwijderen tand of kies, hoe deze precies verwijderd moet worden. Meestal gebeurt dit met een extractietang. Vaak is een sneetje in het tandvlees nodig om de tand of kies helemaal verwijderen. Soms is het nodig om eerst met een boor bot weg te halen om goed bij de te verwijderen tand of kies te kunnen komen.
Daarna wordt de wond met zout water uitgespoeld en wordt een oplosbare hechting geplaatst. Deze hechting lost binnen 1-2 weken vanzelf op. Heeft u een ‘gewone’ hechting gekregen, dan wordt deze verwijderd tijdens een aparte afspraak op de polikliniek. Ook een eventueel een gaasje met jodium dat in de wond is aangebracht, wordt op de poli verwijderd,  na ongeveer 5 dagen.
Het kaakbot groeit na enige tijd aan en vult het gat, dat is ontstaan na verwijderen van de tand of kies, vanzelf op. Dit kan enkele maanden duren.

Verwijderen of schoonmaken van wortelpunten (apexresectie)
Wanneer u een ontsteking heeft in het bot aan de wortelpunt van uw tand of kies, dan is een wortelpuntbehandeling (apexresectie) een optie. Zo’n ontsteking ontstaat vaak door bacteriën die in de mond leven en die via een gaatje in de tand of kies bij het wortelkanaal komen. Door de ontsteking sterft de zenuw de binnenzijde in het wortelkanaal van een tand af. Als gevolg daarvan kunnen de bacteriën een ontsteking vormen in het bot. Deze diagnose wordt meestel gesteld met behulp van een röntgenfoto.

De eerste, noodzakelijke behandeling voor een ontsteking aan de wortelpunt van uw tand of kies, is een wortelkanaalbehandeling bij de tandarts.
U komt in aanmerking voor een wortelpuntbehandeling bij de kaakchirurg als u na een wortelkanaalbehandeling nog steeds klachten heeft, of wanneer de ontsteking aan het bot de wortelpunt niet geneest.

Slagingskans
De slagingskans van een wortelpuntbehandeling ligt tussen de 70 en 80 procent. Wij maken op basis van uw situatie een inschatting maken van het verloop en de uitkomst van de behandeling. Door bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld vergaand botverlies, is de slagingskans van de behandeling kleiner. We kunnen dan voor een andere oplossing kiezen, bijvoorbeeld het verwijderen van de betreffende tand of kies. Uiteraard doen wij dit in overleg met u.

Voorbereiding: medicatie en risico’s
Voor de ingreep bespreken we eerst uw medische voorgeschiedenis. Hierbij speelt uw medicatiegebruik een belangrijke rol. In het kader van veilige zorg <link naar www.flevoziekenhuis.nl/veiligheid> vragen wij dan ook om bij ieder bezoek aan het Flevoziekenhuis een overzicht van uw medicijnen mee te nemen. Daarnaast leggen we in het kort uit wat de ingreep inhoudt en welke risico’s eraan verbonden zijn.

Behandeling
De ingreep begint met een plaatselijke verdoving. Dit doen we met een dunne flexibele naald in de buurt van de tand of kies die we gaan behandelen. Vervolgens maakt de kaakchirurg een sneetje in het tandvlees, om bij het te behandelen deel van het kaakbot te komen.
Met een klein boortje maken we op de plek van de wortelpunt een opening in het kaakbot. Als de kaakchirurg de wortelpunt kan zien, haalt hij het ontstekingsweefsel rondom de wortelpunt weg en met een boortje verwijdert hij het puntje van de wortel. Tot slot wordt het wortelkanaal indien mogelijk helemaal afgesloten door een vulling, die wordt aangebracht aan de onderkant van de wortel.

Plaatsen van tandheelkundige Implantaten
Een tandheelkundig implantaat kan het beste gezien worden als een soort kunstwortel, die in de kaak wordt geplaatst. De meeste implantaten hebben de vorm van een cilinder of een schroef. Het materiaal is in verreweg de meeste gevallen titanium. Titanium is een materiaal dat goed geaccepteerd wordt door het lichaam. Er zijn diverse lengtes en doorsnedes. De kaakchirurg/implantoloog maakt een keuze onder andere gebaseerd op de vorm van uw kaak en de te vervaardigen kroon of prothese.
Het tandheelkundige implantaat wordt met een kleine ingreep, onder plaatselijke verdoving, in het bot van de kaak gezet waarna er bot tegenaan groeit. Hierdoor zit het implantaat echt vast in het bot.

Wanneer worden implantaten gebruikt?
Een implantaat wordt gebruikt voor de behandeling van gedeeltelijk en volledig onbetande patiënten. Als de eigen tanden en kiezen inclusief de wortel niet (meer) aanwezig zijn kan gedacht worden aan het toepassen van implantaten. Enkele voorbeelden zijn: na een ongeval, na ontstekingen, loszittend gedeeltelijk of volledig kunstgebit.

Samen met de kaakchirurg/implantoloog moet u overleggen of implantaten een goede oplossing voor u zijn. Er moet zowel voldoende hoogte en breedte zijn van het bot om een implantaat te kunnen plaatsen. Wij kunnen dit voor u nagaan, onder meer door röntgenfoto’s. Als onvoldoende bot aanwezig is, kunnen implantaten niet zonder meer geplaatst worden. Indien. Overigens betekent dit niet dat implantaten niet mogelijk zijn. Er kan bot worden aangebracht, soms in een aparte operatie.

Slagingskans
Indien voldoende bot aanwezig is, van goede kwaliteit, zijn implantaten, met name in de onderkaak, succesvol in meer dan 95% van de gevallen. Indien onvoldoende bot aanwezig is en er daarom bot aangebracht dient te worden is het succespercentage kleiner. Het is bovendien gebleken dat bij rokers het succespercentage duidelijk minder is.

Behandeling
Meestal kan de behandeling onder plaatselijke verdoving worden uitgevoerd. Soms wordt 1 uur voor de ingreep al medicijnen gegeven of voorgeschreven. Dit kan zijn een spoelmiddel, pijnstilling of antibiotica.
De kaakchirurg maakt een opening in het tandvlees, zodat hij bij het bot kan komen. Vaak is het nodig dat het bot wordt glad gemaakt. Daarna wordt de plaats bepaald waar de implantaten moeten komen. Vervolgens wordt met diverse boortjes ruimte gemaakt in het bot. Het implantaat kan er daarna ingezet worden, soms geschroefd en soms getikt. Daarna wordt de wond gehecht. Vervolgens kunt u naar huis. Meestal krijgt u een recept voor spoelmiddel en pijnstilling mee.

Soms zijn de implantaten direct zichtbaar in de mond. In sommige gevallen zijn de implantaten volledig door tandvlees bedekt. In dat geval is een tweede ingreep nodig om de implantaten zichtbaar te maken. Dit is afhankelijk van het soort implantaat dat gebruikt wordt en de plaats waar het implantaat is aangebracht.

Genezing
De eerste dagen krijgt u te maken met zwelling van het wondgebied. Ook krijgt u napijn, waarvoor u de pijnstiller kunt gebruiken die de kaakchirurg u heeft voorgeschreven heeft. Tijdens de eerste 48 uur na de ingreep kunt gerust de maximale dosis gebruiken. Daarna kunt u het proberen zonder pijnstillers. De hoeveelheid napijn valt mee, maar verschilt per patiënt.
Het is belangrijk dat u de mond en ook het wondgebied goed reinigt. U kunt gewoon tandenpoetsen, een beetje voorzichtig bij de wond. U moet ook het spoelmiddel gebruiken. Meestal krijgt u een controleafspraak binnen 1 tot 3 weken na de behandeling.

Soms kunt u uw prothese of plaatje een aantal dagen of weken niet dragen. De kaakchirurg kan dit aangeven voor de behandeling. Eerst dient het implantaat vast te groeien in de kaak; dit kan 6 weken tot zelfs 6 maanden duren. De duur van deze periode is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van het bot, en wordt bepaald door de kaakchirurg. Na deze periode kan de kroon, brug of prothese worden gemaakt.

Vrijleggen van een geïmpacteerd element (tand of kies)
De hoektanden in de boven- of onderkaak zijn vaak grote tanden, waarvoor soms te weinig ruimte in een – zich nog ontwikkelende - kaak is om spontaan door te breken. De hoektand ontwikkelt zich meestal wel, maar blijft hoog in de kaak liggen en breekt niet door. Het vrijleggen is de oplossing hiervoor. Meestal wordt u voor het vrijleggen van hoektanden door uw orthodontist doorverwezen naar de kaakchirurg.

Voorbereiding: medicatie en risico’s
Voor de ingreep bespreken we eerst uw medische voorgeschiedenis. Hierbij speelt uw medicatiegebruik een belangrijke rol. In het kader van veilige zorg <link naar www.flevoziekenhuis.nl/veiligheid> vragen wij dan ook om bij ieder bezoek aan het Flevoziekenhuis een overzicht van uw medicijnen mee te nemen. Daarnaast leggen we in het kort uit wat de ingreep inhoudt en welke risico’s eraan verbonden zijn. Voor een optimaal beeld over de ligging van de hoektanden, wordt indien nodig voor de ingreep nog een foto gemaakt.

Behandeling
De ingreep begint met een plaatselijke verdoving. Dit doen we met een dunne flexibele naald in de buurt van de tand die we gaan vrijleggen. Als de hoektand aan de kant van het gehemelte ligt (de binnenkant), haalt de kaakchirurg een klein stukje van het slijmvlies van het gehemelte weg. De kroon van de hoektand is dan meestal al zichtbaar genoeg om vrij te maken. In sommige gevallen moet er eerst nog wat bot worden weggenomen.
Ligt de hoektand aan de kant van de wang (de buitenkant), dan maakt de kaakchirurg een flapje waaronder de kroon van de hoektand te zien is. Na het vrijleggen wordt het flapje hoog ingehecht, de kroon blijft zo zichtbaar.

Op verzoek van de orthodontist plaatsen we meestal ook een blokje op de hoektand. Hiermee kan de orthodontist de hoektand door middel van een beugel in de goede positie manoeuvreren. Aan het blokje wordt meestal een kettinkje of staaldraadje vastgemaakt, met een oplosbare hechting aan het tandvlees.
Als wondverband kan ook een kauwgomachtig materiaal in de wond gedrukt worden. Hierdoor blijft de wond open, zodat het haakje vrij blijft voor verdere behandeling door de orthodontist. Het kan voorkomen dat deze wondverbandjes uit de wond vallen. Suikervrije kauwgom is dan een goed alternatief.

Spalken van een losgeraakte tand
Een losgeraakte tand kan met een spalk worden vastgezet. Dit is gedaan met behulp van een spalk (draadspalk of kunsthars spalk). De bedoeling van deze spalk is de tand stevig op zijn plaats te houden, zodat het vastgroeien niet wordt verstoord. Dit vastgroeien duurt
globaal 2 tot 6 weken. De spalk moet dan ook 2 tot 6 weken in de mond blijven. Hoe lang de spalk precies moet worden gedragen, is afhankelijk van de aard van het tandletsel en van het type spalk dat is toegepast. Wanneer de tand op de grond heeft gelegen geven wij uit voorzorg een injectie tegen wondkramp (tetanus).

Slagingskans
Meestal groeit de losgeraakte tand weer goed vast en kan de spalk na 2 tot 6 weken
worden verwijderd. Het lijkt dan dat alles weer in orde is en dat is meestal ook het geval. Soms echter blijkt na enige maanden of langer dat de wortel van de losgeraakte tand gaat oplossen. Dit betekent helaas dat na verloop van tijd de tand verloren gaat. Het kan 2 tot 4 jaar duren voordat de wortel zover is opgelost, dat de tand uitvalt. Deze uitkomst is vooraf niet te voorspellen.

Genezing
De plaatselijke verdoving is na 2 tot 4 uur uitgewerkt. De eventuele pijn die dan ontstaat is goed te bestrijden door het innemen van pijnstillende tabletten. U krijgt daarvoor een recept mee van de kaakchirurg. Het beste kunt u beginnen met de pijnstillers voordat de plaatselijke verdoving volledig is uitgewerkt, dus al na 1 tot 2 uur.
Door het ongeluk kunnen de wangen en lippen flink gaan opzetten. De zwelling is het grootst na twee dagen en wordt dan vanzelf weer kleiner, om uiteindelijk helemaal te verdwijnen. Het optreden van deze zwelling is moeilijk te voorkomen.

Vragen? Bel!
Heeft u vragen over naar aanleiding van deze website of uw bezoek aan de kaakchirurg? U kunt de polikliniek Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (MKA) bereiken op maandag t/m vrijdag van 8.00 - 17.00 uur via telefoonnummer 036 - 868 87 49.