In de wet (Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst) zijn de juridische voorwaarden vastgelegd voor een goede behandelrelatie tussen de zorgverlener (artsen, verpleegkundigen) en de patiënt.  

Voor u zetten wij informatie over de belangrijkste rechten op een rij:

Plichten

Naast rechten hebt u als patiënt ook plichten – eigen verantwoordelijkheden - om de behandeling zo goed mogelijk te laten verlopen:

  • als patiënt beslist u samen met de arts over de behandeling die u ondergaat. Het is dan ook van belang dat u de arts duidelijk en volledig informeert, zodat hij / zij een goede diagnose stelt en u een deskundige behandeling geeft
  • geeft u duidelijk aan wanneer u voor een bepaalde behandeling of onderzoek géén toestemming geeft
  • als u een behandeling bent overeengekomen met uw zorgverlener, houdt u zich dan aan de gemaakte afspraken
  • als u zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden, bespreek dit dan met uw zorgverlener

Als u het niet eens bent met de behandeling, bespreek dit dan met de betreffende zorgverlener.

Wat kunt u zelf doen?

U kunt daarnaast ook zelf meewerken aan uw behandeling. De volgende punten kunnen daarbij helpen:

  • laat u de arts of verpleegkundige weten wanneer u iets niet begrijpt of als u ergens over twijfelt of vragen heeft
  • het is belangrijk dat u het gesprek met de arts goed voorbereidt. Praat er met een vertrouwd iemand uit uw omgeving over of eventueel met uw huisarts
  • formuleer de klacht of klachten waarmee u naar de arts gaat duidelijk
  • bepaal de doelen die u wilt bereiken en de verwachtingen
  • als u vooraf al vragen heeft, schrijft u deze vragen dan op zodat u een geheugensteuntje heeft tijdens het gesprek met de arts
  • u kunt opschrijven welke medicijnen u gebruikt en voor welke medicijnen u allergisch bent

Recht op informatie

Als u ziek wordt, kunt u de hulp van een arts of verpleegkundige nodig hebben. Deze is verplicht u in begrijpelijke taal uit te leggen wat u precies mankeert. Daarnaast vertelt hij of zij u wat er met u gaat gebeuren en waarom en wat de gevolgen of eventuele risico’s van de behandeling of het onderzoek zijn. Verder geeft hij of zij u informatie over medicijnen en hun mogelijke bijwerkingen.

Met deze informatie kunt u zelf beslissen of u wel of niet een bepaalde behandeling wilt ondergaan. Misschien wilt u bepaalde informatie niet ontvangen. Dat is uw keuze. De zorgverlener zal deze keuze respecteren zolang dat niet nadelig is voor u. Is dat wel het geval, dan zal hij of zij u toch moeten informeren.

Daarnaast hoeft de arts of verpleegkundige niet zonder meer te doen wat u hem of haar als patiënt vraagt. Hij of zij zal alleen doen wat hem of haar medisch gezien nuttig en nodig lijkt.

Hoofdbehandelaar en medebehandelaars

Bij behandeling in het ziekenhuis wordt voor u een hoofdbehandelaar vastgesteld. Uw hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor uw behandeling en medicatie in het ziekenhuis. Wanneer uw hoofdhandelaar een andere zorgverlener in consult of voor advies vraagt, is deze uw medebehandelaar.
 
Als u op de polikliniek wordt behandeld, is uw eigen arts uw hoofdbehandelaar. Als u via de Spoedeisende hulp bent opgenomen, is dit een arts die u wordt toegewezen vanwege zijn/of haar expertise. Het is mogelijk dat u tijdens uw behandeling of opname een andere hoofdbehandelaar krijgt. Dit wordt dan met u besproken. Wanneer u op de IC wordt opgenomen, is de IC-arts alleen voor de periode dat u op de IC verblijft, uw hoofdbehandelaar.
 
Bij opname vindt u de naam van uw hoofdbehandelaar op/aan uw bed of u kunt de zaalarts ernaar vragen. De zaalarts handelt namens uw hoofdbehandelaar en houdt hem/haar op de hoogte over uw medische situatie. Als u op de polikliniek wordt gezien door een verpleegkundig specialist of physician assistent handelt deze ook namens uw hoofdbehandelaar en houdt hem/of haar op de hoogte over uw medische situatie. De naam van uw hoofdbehandelaar wordt ook op de zorgnota vermeld.
 
Het is belangrijk dat u deze taakverdeling kent, omdat u anders tijdens uw opname of behandeling het gevoel kunt krijgen dat uw eigen arts (hoofdbehandelaar) te weinig naar u omkijkt. U kunt zelf een persoonlijk gesprek met uw eigen arts aanvragen via de zaalarts of verpleegkundige (bij opname) of via de balie van de polikliniek. Bespreking van een ingrijpende wijziging in het medische beleid, uw onderzoeksuitslag of ‘slecht nieuws’ gebeurt bij voorkeur door uw hoofdbehandelaar.

Second opinion

U kunt ook een second opinion (tweede mening) vragen. Dit betekent dat u een mening vraagt van een andere arts (of deskundige) dan uw behandelaar (binnen of buiten het ziekenhuis). Dat betekent niet automatisch dat de behandeling wordt overgenomen. U kunt een second opinion vragen als u bijvoorbeeld een belangrijke beslissing moet nemen over uw behandeling. Of als u twijfelt over de behandeling of diagnose. Laat dit dan aan uw behandelaar weten. Ook raden wij u aan om uw arts te vragen wat u moet doen voordat u een tweede mening aanvraagt. De zorgverzekeraar accepteert de kosten van een second opinion niet altijd. U moet de second opinion dan zelf betalen.

Verlenen van toestemming

De arts stelt u voor een bepaalde behandeling te ondergaan. U heeft informatie nodig om te beslissen of u deze behandeling wel of niet wilt. Om een behandeling te beginnen heeft de arts uw toestemming nodig (informed consent).

Heeft u toestemming verleend, dan kunt u altijd nog van mening veranderen. U kunt dan alsnog uw toestemming intrekken of van een behandeling afzien.

Als u niet in staat bent om toestemming te geven, bijvoorbeeld omdat u bewusteloos bent geraakt, mag de zorgverlener u vanwege de acute situatie zonder uw toestemming behandelen.

Beëindigen/niet-aangaan behandeling
U mag behandeling weigeren en mag eventueel verleende toestemming altijd intrekken zelfs als dit tegen medisch advies in is. U beslist dus zelf over het aangaan en/of continueren van de behandeling. U kunt de behandeling bijvoorbeeld weigeren op grond van geslacht, geloof, etc. U mag een voorkeur voor een man of een vrouw als zorgverlener uitspreken. Er zijn hierbij drie aandachtspunten: 1) het verzoek moet tijdig worden ingediend, 2) zonder tijdig verzoek hoeft er geen andere zorgverlener te worden gezocht, en 3) de zorgverlener moet altijd zorgvuldig handelen.
Ook de zorgverlener mag de behandeling beëindigen of niet-aangaan. Hiervoor gelden strikte regels.

Het is van belang dat u duidelijk aangeeft als u voor een bepaalde behandeling of onderzoek géén toestemming geeft. Dat is uw goed recht. Als u geen toestemming geeft voor een onderzoek of behandeling, bespreken wij samen met u wat er verder gebeurt.

Redenen voor het aanwijzen van een vertegenwoordiger

Wanneer de patiënt door tijdelijke of blijvende verwardheid niet meer in staat is zelf beslissingen te nemen, dan doet de zaakwaarnemer of wettelijke vertegenwoordiger dat.
Daar kan de patiënt schriftelijke afspraken over maken met de arts (via een ‘machtigingsverklaring’). Lees ook de folder pdf Vertegenwoordigersaanvraag & machtingsverklaring (85 KB) .

Vertegenwoordiging bij minderjarigheid

Als uw kind in het Flevoziekenhuis wordt behandeld, vertrouwt u de zorg voor uw kind toe aan een arts of een andere deskundige. Kinderen en jongeren worden in ons ziekenhuis zo veel mogelijk betrokken bij zaken die hen aangaan. Net als volwassenen hebben kinderen en jongeren patiëntenrechten.
Voor het uitoefenen van de rechten als minderjarige patiënt, zoals bijvoorbeeld het geven van toestemming voor een medische behandeling en het recht op inzage van het medisch dossier, gelden andere voorwaarden. De wet regelt drie verschillende categorieën minderjarigen (als het gaat om de geneeskundige behandeling):

    • Kinderen tot 12 jaar vallen volledig onder de zeggenschap van de ouders. Ze mogen niet zelf beslissen. Dat doen hun ouders voor hen. Tot 12 jaar is het kind in de gezondheidszorg dus afhankelijk van de ouders en de zorgverleners. Toch begrijpen jonge kinderen vaak goed wat er met hen gebeurt. Daarom moeten de ouders en zorgverleners het kind zo veel mogelijk bij de behandeling betrekken.
      De verschillende rechten in het kort:

      • De ouders moeten worden geïnformeerd
      • Het kind moet ook worden geïnformeerd, waarbij de informatie op het bevattingsvermogen van het kind moet zijn afgestemd
      • Het zijn de ouders die een behandelingsovereenkomst met de behandelaar aangaan en die toestemming moeten geven
      • Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels
      • Het kind moet zo veel mogelijk worden betrokken bij de beslissingen die worden genomen
      • De ouders hebben het recht het medisch dossier in te zien (tenzij inzage niet in het belang van het kind is), het kind niet. Als de ouders dat willen, kunnen zij het dossier, of een gedeelte daarvan, met hun kind doornemen
    • Kinderen van 12 tot en met 15 jaar hebben volgens de wet bij medische behandelingen of onderzoeken een belangrijke eigen stem. Als het gaat om een medische behandeling wordt hun mening serieus genomen. Het gaat immers om beslissingen over hun eigen lichaam. Daarom kunnen zij alleen worden behandeld als zij daarvoor zelf ook toestemming geven. Dat wil zeggen dat zowel het kind als de ouder/ voogd toestemming moet geven voor een medische behandeling.
      De verschillende rechten in het kort:

      • Zowel het kind als de ouders hebben er recht op te worden geïnformeerd
      • Behalve de ouders moet ook het kind zelf toestemming geven voor een onderzoek of behandeling
      • Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels
      • Het kind heeft recht op inzage in zijn medisch dossier
      • Het verlenen van inzage aan de ouders is niet toegestaan zonder de toestemming van het kind, zij het dat de zorgverlener rekening moet houden met de betrokkenheid van de ouders
      • Voor een kopie van het dossier is de toestemming van het kind en de ouder / voogd nodig
    • Jongeren vanaf 16 jaar en ouder mogen zelf beslissingen nemen over hun medische behandeling. Zij hebben dezelfde patiëntenrechten als volwassenen. In zaken die te maken hebben met hun gezondheid, worden zij dus niet meer als minderjarig beschouwd, ook al zijn ze nog geen 18 jaar. Hierbij is van belang dat de ouders zoveel mogelijk worden betrokken, bij zaken die hen aangaan, mits daar toestemming van de patiënt voor is.

Voor alle gevallen geldt dat rekening wordt gehouden met het begripvermogen van de patiënt. Zo hebben alle minderjarige patiënten recht op informatie over de behandeling, aangepast aan hun ontwikkeling.  
Ook geldt voor alle gevallen de uitzondering dat de zorgverlener geen informatie verstrekt aan de patiënt of diens vertegenwoordiger als de hulpverlener daardoor niet handelt met de zorg van een goede hulpverlener. Bijvoorbeeld wanneer dit niet in belang van het kind is.   

Vertegenwoordiging bij wilsonbekwaamheid

Wilsonbekwame patiënten, bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke handicap of patiënten die in coma liggen, kunnen zelf geen beslissingen nemen. In dergelijke situaties zijn er twee oplossingen mogelijk aan de hand van deze voorbeelden:

Er is iemand aangewezen: voor mensen met een verstandelijke handicap kan de rechter iemand aanwijzen die deze patiënt vertegenwoordigt en diens belangen behartigt.
Indien u in coma raakt en in het verleden een schriftelijke verklaring hebt opgesteld waarin u iemand als uw vertegenwoordiger aanwijst, dan is diegene uw vertegenwoordiger.
Het kan ook voorkomen dat er niets op schrift is gesteld. In dat geval moet de hulpverlener een naaste betrekken bij het nemen van een beslissing over u. In eerste instantie is dat uw echtgenoot of partner. In tweede instantie een ouder, kind, broer of zus.